Home » De belgische haas

 

 

Er zijn op dit moment 3 erkende kleuren bij de haas

Haaskleur, black and tan en wit. (In Nederland).

Ik heb voornamelijk haaskleur in mijn stal.

 

In de standaard staat letterlijk beschreven over de haas:

 

"Het ras is wel het meest markante type dier uit onze standaard.

Alles wat bij dit dier naar plompheid of grofheid zweemt,

ontsiert dit snittige droge ras."

 

 

 


De Geschiedenis

 

Het Belgisch Haas konijn is zonder twijfel van Belgische origine. Haaskleurige konijnen kwamen reeds voor in 1800 in de Zuidelijke Nederlanden. Alhoewel de wijze van hun ontstaan onduidelijk is, ligt hun stammateriaal van de latere z.g. “Belgian Hares” bij de toenmalige grote konijnengrijze landrassen uit die streken. Ze trokken de belangstelling van de fokkers door hun slanke lichaamsbouw en bruin roodachtige kleur en ook omdat de fokkers meenden enige overeenkomst te zien met de haas.

 

Het oudste bericht over de Belgian Hare is te vinden bij Bonnington Monbray, die in zijn Pratical Treatise for poultrij and rabbits (1822), waarin hij duidelijk het protoyupe van de Belgian Hare bedoeld. Daar toont hij ook aan dat de Belgian Hare geen kruising is van een Haas met een konijn. Uit andere oude berichten vindt men dat de oorsprong nauw verbonden is met de Vlaamse Reus en de Patagoniër. De naam “Belgian Hare”verschijnt voor het eerst in 1860 en er waren toen al dieren met een rode kleur.

In 1870 is de fok van dit ras ernstig ter hand genomen, dankzij de grote belangstelling van Engelse zijde. Tussen 1870 en 1880 zag men ze in Engeland reeds op de tentoonstellingen. Maar het was de Engelse konijnenfokker Lumb die als eerste de “Belgian Hare” tentoonstelde op een tentoonstelling. Na 1880 begon de grote en schitterende loopbaan van de “Belgian Hare”, dank zij de moedige pogingen van de heren Lumb en Wilkens



Het waren de gebroeders Lumb uit Grimby die gevogelte en slachtkonijnen importeerden van Antwerpen naar Engeland. Onder deze slachtkonijnen waren ook een paar Belgische Hazen. Maar, zo zegt de geschiedenis, ze waren van zo’n slechte kwaliteit dat de gebroeders Lumb ze weigerden. Ze wilden er wel mee doorgaan als de dieren van betere kwaliteit waren. Na enige maanden kregen ze een nieuwe zending van veel betere kwaliteit. Die importeurs zagen er wat in om de exemplaren te gebruiken als grondmateriaal voor een aantrekkelijke variëteit van hun haastype. Een medewerker van hun zaak zocht een ram uit en deze bleek een goede vertegenwoordiger van het type te zijn. Met deze ram wonnen de gebroeders Lumb verschillende prijzen op de tentoonstellingen, tot hij werd gestolen op een show in Northampton. Men heeft dat dier nooit meer terug gevonden. Gelukkig waren daar reeds enige nesten van gefokt, zodat er voldoende materiaal aanwezig was om verder te fokken. Volgens de heer Wilkens zijn alle afstammelingen van alle “Belgian Hares” in Engeland praktisch van deze ram.



De ingevoerde Belgische Haas is dus stamvader van alle “Belgian Hares” in Engeland. In 1887 werd in Engeland de “Engelse Belgian Hare Club”opgericht, hetzelfde jaar volgde er een standaard. Daarna volgden enkele jaren van onenigheid en betwisting over de gewijzigde standaard. In 1896 schreef de heer Wilkens zijn eerste boekje over “The Belgian Hare”. De foto’s die hij toen gebruikte, doen ons meer denken aan een slanke gebouwde reus dan aan het ons bekende Belgisch Haaskonijn.

Begin 1900 was veel belangstelling voor het Belgische Haaskonijn en men ging het op grote schaal fokken, mede door de grote vraag voor export vanuit Engeland naar Amerika, Duitsland en naar ons land. Er werden grote sommen geld betaald voor deze goede dieren. De prijzen varieerde toen van ƒ 1.000,00 tot ƒ 1.200,00 per stuk en dan te bedenken dat arbeiders daar wel 8 à 10 maanden voor moesten werken.

 

 

(Bron: Henk Olthuis,NBHC)

(Foto: D.van Langeveld)